ECLI:NL:RVS:2019:440
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding namen vergunninghouders dierproeven in bestuursrechtelijke procedure bevestigd
De zaak betreft een hoger beroep van de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) en appellant sub 2 tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland over openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Appellant sub 2 had verzocht om openbaarmaking van tien projectvergunningen voor dierproeven en bijbehorende stukken. De CCD had deze informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt, maar namen van vergunninghouders en dierexperimentencommissies (DEC's) weggelakt.
De rechtbank oordeelde dat het weglakken van namen in de zienswijzen onterecht was en bepaalde dat deze gegevens alsnog verstrekt moesten worden. De CCD stelde hoger beroep in tegen dit oordeel. De Raad van State heeft met toepassing van artikel 8:29 Awb Pro kennisgenomen van de ongelakte documenten en concludeerde dat het onderzoeksveld klein is, waardoor openbaarmaking van namen gemakkelijk leidt tot identificatie van betrokken onderzoekers. Dit zou hun privacy schaden en onevenredige benadeling veroorzaken.
De Raad van State oordeelt dat de CCD in redelijkheid het belang van bescherming van onderzoekers zwaarder mocht laten wegen dan het belang van openbaarmaking. Dit geldt zowel voor de namen in de documenten als in de zienswijzen. Het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van de CCD gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de geheimhouding van namen in de zienswijzen betrof, en het beroep van appellant sub 2 wordt voor dat onderdeel alsnog ongegrond verklaard. De overige delen van de uitspraak van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de CCD de namen van vergunninghouders en DEC's in bepaalde documenten en zienswijzen geheim mag houden ter bescherming van onderzoekers.