ECLI:NL:RVS:2019:4430
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens windturbine nabij woning
De zaak betreft het hoger beroep van een erfgenaam tegen de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding door het college van burgemeester en wethouders van Schagen. Het verzoek betrof schade veroorzaakt door besluiten rondom de oprichting van een windturbine op circa 200 meter van de woning van de erflater.
De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van het college niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep van de erfgenaam gegrond verklaard en het bezwaar ongegrond. De erfgenaam stelde dat meerdere uitspraken, waaronder van de Afdeling bestuursrechtspraak, de onrechtmatigheid van het handelen van het college bevestigen en dat de rechtbank ten onrechte niet alle relevante uitspraken had betrokken.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de onrechtmatigheid van besluiten niet jegens de erfgenaam geldt, ook niet als zij lid was van een vereniging die optrad tegen de windturbine. Verder is vastgesteld dat de andere aangehaalde uitspraken niet relevant zijn voor het verzoek om schadevergoeding aan het college. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.