ECLI:NL:RVS:2019:4444
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Intrekking Nederlanderschap wegens niet gemeld polygaam huwelijk
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok het Nederlanderschap van de wederpartij in omdat deze bij zijn naturalisatieverzoek niet had gemeld dat hij op 21 december 2012 getrouwd was met een andere vrouw dan in de basisregistratie personen stond vermeld. De rechtbank had het beroep van de wederpartij gegrond verklaard en het intrekkingsbesluit vernietigd.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte de juistheid van het huwelijk in de basisregistratie personen betwistte, terwijl deze registratie op een onder ede afgelegde verklaring van de wederpartij berustte. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank de bewijslast onjuist had verdeeld en dat het huwelijk in de basisregistratie als rechtsgeldig moest worden beschouwd.
De Afdeling beoordeelde vervolgens het beroep tegen het intrekkingsbesluit zelf en verwierp de stelling van de wederpartij dat het huwelijk met de tweede vrouw niet rechtsgeldig was volgens Soedanees recht. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet, omdat de staatssecretaris het belang van correcte naturalisatie zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van de wederpartij.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond, waardoor het besluit van 4 april 2018 in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.