ECLI:NL:RVS:2019:446

Raad van State

Datum uitspraak
13 februari 2019
Publicatiedatum
14 februari 2019
Zaaknummer
201802687/3/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming vertrouwelijk advies in bestuursrechtelijke procedure

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas heeft een vertrouwelijk advies van de Commissie Brand overgelegd dat persoonlijke en medische gegevens van een derde bevat die geen partij is in de procedure.

Het college verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van dit vertrouwelijke stuk, om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene te beschermen. De Afdeling weegt hierbij het belang van appellant bij kennisneming af tegen het belang van bescherming van privacy en het algemeen belang.

De Afdeling concludeert dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene zwaarder weegt dan het belang van appellant. Bovendien heeft appellant ter zitting aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de beperkte kennisneming. Daarom wordt het verzoek tot beperking van kennisneming van het vertrouwelijke advies toegewezen.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2019.

Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van het vertrouwelijke stuk wordt toegewezen.

Uitspraak

201802687/3/A1.
Datum beslissing: 13 februari 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Moordrecht, gemeente Zuidplas,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370.
Het college heeft op verzoek van de Afdeling een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft het advies van de Commissie Brand over het maatwerkverzoek van [belanghebbende].
Overwegingen
1.    Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.
2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.    Het vertrouwelijk overgelegde stuk bevat informatie over de persoonlijke omstandigheden van [belanghebbende], waaronder medische gegevens, die geen partij zijn bij deze procedure. Het college heeft aan verzoekers om een maatwerkoplossing toegezegd dat de persoonlijke omstandigheden die een rol spelen bij de beoordeling van de verzoeken door de Commissie Brand niet bekend worden gemaakt vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deze betrokkenen. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [belanghebbende] zwaarder dan het belang van [appellant] bij kennisneming van het stuk. [appellant] heeft overigens ter zitting van de Afdeling in deze zaak aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat alleen de Afdeling van het advies over het maatwerkverzoek kennisneemt, net zoals alleen de rechtbank van het stuk heeft kennisgenomen.
4.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Smulders-Wijgerde, griffier.
w.g. Daalder    w.g. Smulders-Wijgerde
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2019