ECLI:NL:RVS:2019:4473
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak vreemdelingenbewaring wegens termijnoverschrijding en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 10 oktober 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch. De rechtbank verklaarde het beroep op 29 oktober 2019 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze constateerde dat de rechtbank niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van artikel 94, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 uitspraak had gedaan, aangezien de uitspraak een dag te laat volgde. Deze termijnoverschrijding maakte de bewaring onrechtmatig vanaf 29 oktober 2019.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van de uitspraakdatum werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van € 4.400 toegekend en werden de proceskosten van € 1.536 aan de vreemdeling vergoed.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard, de bewaring is opgeheven en er is een schadevergoeding toegekend.