ECLI:NL:RVS:2019:453
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en verzoek voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 december 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 januari 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. Na afweging van de belangen en de stand van het geding heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen. Hiermee blijft de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in stand gedurende de procedure van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan in het openbaar op 14 februari 2019 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier S. Duyster. De uitspraak betreft een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is afgewezen.