ECLI:NL:RVS:2019:454
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat discriminatie hiv-geïnfecteerde in China geen vervolging vormt voor verblijfsvergunning
De vreemdeling, met de Chinese nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning asiel vanwege discriminatie door haar hiv-status. De rechtbank oordeelde dat deze discriminatie een daad van vervolging vormde en vernietigde het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij zo ernstig in haar bestaansmogelijkheden werd beperkt dat sprake was van vervolging. De staatssecretaris wees erop dat de vreemdeling ook voor haar hiv-diagnose moeite had met werk vinden en dat zij een uitkering kan aanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank de motivering van de staatssecretaris onvoldoende had gewogen en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat de discriminatie haar sociaal en maatschappelijk functioneren onmogelijk maakt. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit gehandhaafd.