ECLI:NL:RVS:2019:458
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 mei 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 14 januari 2019 gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende het hoger beroep toe te kennen, gegrond was op basis van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde de proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd openbaar gedaan op 15 februari 2019 door voorzieningenrechter A.B.M. Hent.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.