ECLI:NL:RVS:2019:46
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over planschadevergoeding na grondverkoop en bestemmingsplanwijziging
Appellant sub 3 is eigenaar van een perceel in Haaren waarop een bestemmingsplanwijziging heeft geleid tot planologisch nadeel. Hij vroeg een tegemoetkoming in planschade, die door het college werd toegekend op basis van een deskundigenadvies. Appellante sub 1 en appellant sub 2, die ook betrokken zijn bij de ontwikkeling en grondtransacties, stelden dat de planschadevergoeding onterecht was omdat appellant sub 3 zelf had meegewerkt aan de planologische ontwikkeling door een strook grond te verkopen aan appellant sub 2, met een meerwaardeclausule gekoppeld aan een bouwvergunning.
De rechtbank oordeelde dat de meerwaardeclausule in de koopovereenkomst geen compensatie voor planschade vormt en dat de tegemoetkoming niet anderszins verzekerd is. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat planschade betrekking heeft op fictieve schade door planologische wijzigingen, los van feitelijke bouwvergunningen of grondtransacties. Het betoog dat appellant sub 3 zelf aan de planontwikkeling heeft meegewerkt en daardoor geen recht heeft op vergoeding, faalt omdat de planologische wijziging niet afhankelijk was van die grondtransactie.
Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 3 wordt eveneens ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.