ECLI:NL:RVS:2019:462
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring onterecht gesteld wegens ontbreken meldplicht
De vreemdeling werd bij besluit van 16 januari 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het tegen deze maatregel ingestelde beroep op 1 februari 2019 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het niet verschijnen op afspraken van de Dienst Terugkeer en Vertrek een meldplicht betrof, zoals bedoeld in de Vreemdelingencirculaire 2000. De rechtbank had dit gelijkgesteld aan een zwaarwegend belang voor inbewaringstelling, wat volgens de vreemdeling onjuist was.
De Raad van State oordeelde dat het dossier geen bewijs bevatte van een opgelegde meldplicht en dat de rechtbank ten onrechte zonder meer had aangenomen dat sprake was van een meldplicht en daarmee een zwaarwegend belang. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.
Daarnaast werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van inbewaringstelling tot opheffing, en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak werd op 15 februari 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling wordt opgeheven wegens het ontbreken van een meldplicht en het beroep wordt gegrond verklaard.