ECLI:NL:RVS:2019:474
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning opslagruimte te Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft op 21 september 2017 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een opslagruimte op een perceel te Breda. Natuur- en milieuvereniging Markkant en enkele andere partijen maakten bezwaar tegen dit besluit, waarbij Markkant werd betwist als belanghebbende te kunnen optreden. De rechtbank verklaarde het bezwaar van Markkant ontvankelijk en vernietigde het besluit van het college dat het bezwaar niet-ontvankelijk was.
Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld door het college en andere betrokkenen, waarna Markkant incidenteel hoger beroep instelde. Markkant verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of Markkant als belanghebbende kan worden aangemerkt in deze voorlopige voorzieningsprocedure niet aan de orde is en zal worden behandeld in de bodemprocedure.
Omdat de opslagruimte reeds gerealiseerd is en er geen sprake is van een illegale situatie, ontbrak een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek van Markkant werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.