ECLI:NL:RVS:2019:484
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag energiebesparende maatregelen voor verbouwd schoolgebouw
De appellant vroeg op 18 september 2016 subsidie aan voor energiebesparende maatregelen aan een gebouw dat een voormalige school betrof en werd verbouwd tot woning. De minister wees de aanvraag af omdat de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis alleen geldt voor bestaande koopwoningen, en het gebouw ten tijde van de aanvraag nog geen bestaande woning was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en volgde daarmee het standpunt van de minister. Appellant voerde aan dat hij vanaf 22 juli 2017 in het gebouw woonde en dat het gebouw ten tijde van de aanvraag al geschikt was om te bewonen, onder meer omdat het over een eigen toegang, keuken en toilet beschikte en een vergunning had.
De Raad van State oordeelde dat hoewel appellant als eigenaar-bewoner kon worden aangemerkt, het gebouw ten tijde van de aanvraag geen bestaande koopwoning was omdat het nog werd verbouwd. De regeling is gericht op energiebesparing in bestaande koopwoningen, niet op verbouwingen van utiliteitsgebouwen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het besluit van de minister en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de subsidieaanvraag is bevestigd.