ECLI:NL:RVS:2019:504
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning tweede huisnummer aan zelfstandig verblijfsobject in pand te Bussum
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de toekenning van een tweede huisnummer aan een pand te Bussum, waar appellant woont en een deel verhuurt als zelfstandige woonruimte. Het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren had op grond van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet bag) een tweede huisnummer toegekend omdat het pand was gesplitst in twee zelfstandige verblijfsobjecten.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid. De rechtbank oordeelde dat de wooneenheden functioneel zelfstandig zijn, elk met eigen keuken, badkamer, toilet en toegang, en daarom recht hebben op een eigen huisnummer.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het besluit onbevoegd was genomen, onjuist was gericht, een rechtsmiddelenclausule ontbrak, het onderzoek onrechtmatig was en dat het toekennen van een tweede huisnummer in strijd was met het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. Het mandaat was adequaat, de onjuiste tenaamstelling had geen rechtskrachtverlies tot gevolg, en het ontbreken van aparte aansluitingen en het bestemmingsplan zijn niet relevant voor de functionele zelfstandigheid van verblijfsobjecten.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat sprake is van twee zelfstandige verblijfsobjecten en dat het college terecht een tweede huisnummer heeft toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van het tweede huisnummer wordt bevestigd.