ECLI:NL:RVS:2019:510
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.C. Kranenburg
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning uitbreiding vleeskalverhouderij ondanks bezwaren woon- en leefklimaat
Het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel verleende op 20 december 2016 een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een vleeskalverhouderij te Wâlterswâld, inclusief de bouw van nieuwe stallen en renovatie van bestaande stallen. Appellant, wonende tegenover de kalverhouderij, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke aantasting van zijn woon- en leefklimaat.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep diverse nieuwe en eerdere gronden aan de orde, waaronder vermeende tekortkomingen in de indieningsvereisten, strijd met het bestemmingsplan en de Verordening Romte Fryslân, en bezwaren tegen geur- en geluidsberekeningen. De Raad van State oordeelde dat veel nieuwe gronden buiten beschouwing moesten blijven omdat ze niet eerder waren ingebracht zonder geldige reden.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college terecht een omgevingsvergunning had verleend op grond van artikel 2.12 Wabo, niet gebruikmakend van de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan. De uitbreiding van het bouwperceel werd als zodanig aanvaard binnen de toegestane oppervlakte volgens de Verordening Romte Fryslân. De bezwaren over geur, geluid en andere milieuaspecten faalden, mede omdat de vergunning en bijbehorende rapporten voldoende inzicht boden. Een deskundigenbericht van StAB werd niet noodzakelijk geacht.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.