ECLI:NL:RVS:2019:511
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens onjuiste uitleg bestemmingsplan agrarisch gebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp legde [appellant] een last onder dwangsom op om diverse overtredingen op zijn perceel te beëindigen, waaronder het verwijderen van veulens. Het college handhaafde dit besluit deels na bezwaar. [appellant] stelde dat het opfokken van paarden een grondgebonden agrarische bedrijvigheid is en derhalve is toegestaan volgens het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet openbaar was gedaan, wat strijdig is met artikel 8:78 Awb Pro. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
In inhoudelijke beoordeling stelde de Afdeling dat het college ten onrechte handhavend optrad tegen het opfokken van paarden die elders zijn geboren. Volgens het bestemmingsplan valt deze activiteit onder agrarische bedrijvigheid, aangezien het plan geen onderscheid maakt tussen fokken en opfokken. Het college was daarom niet bevoegd om dit gebruik te verbieden.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, vernietigde het besluit van 22 mei 2017 en herroept het besluit van 29 juli 2016. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college was niet bevoegd om handhavend op te treden tegen het opfokken van paarden die elders zijn geboren; het besluit is vernietigd en het college is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.