ECLI:NL:RVS:2019:550
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing exploitatievergunning horeca-inrichting op Zuiderstrand wegens strijd met bestemmingsplan
Appellante huurt sinds 2011 een perceel aan het Zuiderstrand en heeft meerdere aanvragen ingediend voor een exploitatievergunning horeca-inrichting en een Drank- en Horecawetvergunning. De burgemeester heeft deze aanvragen aanvankelijk afgewezen, deels herroepen en deels gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante onder meer dat de afwijzing onterecht is omdat zij al rechtmatig een strandpaviljoen exploiteert en dat de burgemeester onzorgvuldig heeft gehandeld. De Afdeling oordeelt dat appellante weliswaar een horeca-inrichting exploiteert waarvoor een vergunning nodig is, maar dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat het bestemmingsplan Strand maximaal twintig strandpaviljoens op het Zuiderstrand toestaat en dit maximum reeds is bereikt.
Verder wordt het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat toezeggingen over vergunningverlening afhankelijk waren van een bestemmingsplanwijziging die niet heeft plaatsgevonden. Het betoog over strijdigheid met de Dienstenrichtlijn wordt buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder is aangevoerd. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de exploitatievergunning bevestigd.