ECLI:NL:RVS:2019:561
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verantwoordelijkheid Frankrijk voor asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Veiligheid en Justitie op 10 oktober 2017 niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Na een eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De behandeling van de zaak werd aangehouden vanwege prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, die op 13 november 2018 werden beantwoord.
Uit de feiten bleek dat de vreemdeling na vertrek uit Nederland een asielaanvraag in Duitsland had ingediend, waarna Duitsland de verantwoordelijkheid doorschoof naar Frankrijk. Omdat de vreemdeling in Duitsland geen rechtsmiddel had ingesteld tegen deze beslissing, stond vast dat Frankrijk verantwoordelijk was. Hierdoor had de vreemdeling geen belang meer bij het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.