ECLI:NL:RVS:2019:573
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing machtiging voorlopig verblijf in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor verblijf bij haar pleegzoon. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen, evenals een soortgelijke aanvraag voor verblijf bij haar dochter. Beide besluiten en de daaropvolgende niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werden door de rechtbank bevestigd.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard, omdat de beroepsgronden niet op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar betrekking hadden. Tevens was er een verwarring over de zaaknummers, waarbij de gemachtigde van de vreemdeling een intrekkingsbrief met een verkeerd zaaknummer had ingediend, mede veroorzaakt door de handelwijze van de rechtbank.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank te formalistisch had gehandeld en dat het duidelijk was dat de vermelding van het verkeerde zaaknummer een kennelijke vergissing was. Daarom was het ongegrond verklaren van het beroep niet redelijk. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor nieuwe behandeling.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 en werd het betaalde griffierecht van €253,00 aan de vreemdeling terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.