ECLI:NL:RVS:2019:581
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning coffeeshop Zaandam
De burgemeester van Zaanstad heeft op 15 februari 2017 de exploitatievergunning voor de coffeeshop van verzoeker ingetrokken met ingang van 22 februari 2017. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen deze intrekking. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, waarna verzoeker hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de exploitatie van de coffeeshop te mogen voortzetten totdat het hoger beroep is afgerond. Hij stelde dat hij door de sluiting inkomsten misloopt, financiële problemen ondervindt en dat de verhuurder de huurovereenkomst heeft opgezegd en ontruiming dreigt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het begrip 'slecht levensgedrag' in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Zaanstad aansluit bij het begrip in de Drank- en Horecawet en dat ook feiten buiten de exploitatie van de coffeeshop kunnen worden betrokken bij de beoordeling. Hoewel verzoeker stelde dat hij was opgelicht en de feiten genuanceerd moesten worden, vond de voorzieningenrechter dat de ernst en hoeveelheid van de feiten voldoende grond vormden voor de intrekking.
Het belang van de burgemeester bij handhaving van de intrekking, vanwege openbare orde en overtredingen, woog zwaarder dan het financiële belang van verzoeker. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om de exploitatie van de coffeeshop voort te zetten wordt afgewezen.