ECLI:NL:RVS:2019:598
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens waardevermindering grond door watergangonderhoud
Appellant verzocht het dagelijks bestuur van het Waterschap Brabantse Delta om vergoeding van schade wegens waardevermindering van zijn perceel door verschuiving van de insteekgrens van een watergang die door het waterschap wordt onderhouden. Het dagelijks bestuur wees het verzoek aanvankelijk af, maar kende later een beperkte vergoeding van €666 toe, gebaseerd op een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het rapport van Langhout, dat een hogere grondwaarde stelde, geen rekening hield met de ligging binnen de onderhoudszone en de beperkingen daarvan. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zijn beroepsgrond over het causaal verband buiten beschouwing liet en dat hij recht heeft op een hogere vergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade het gevolg is van het rechtmatige onderhoud door het waterschap. De schadeoorzaak bleef onduidelijk, waardoor het dagelijks bestuur in redelijkheid het advies van de SAOZ kon volgen en een vergoeding van €666 toekennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met toekenning van een beperkte schadevergoeding van €666.