ECLI:NL:RVS:2019:6
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zes-dagen-regel in exploitatievergunning raamprostitutiebedrijf
De zaak betreft het hoger beroep van een exploitant van een raamprostitutiebedrijf tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de handhaving van een zes-dagen-regel bevestigde. De burgemeester had aan de exploitatievergunning een bedrijfsplan verbonden waarin werd bepaald dat sekswerkers maximaal zes dagen per week een kamer mogen huren, met incidentele uitzonderingen.
De exploitant betoogde dat de burgemeester niet bevoegd was deze eis te stellen, dat bedrijfsplan A zonder zes-dagen-regel voldoende garanties bood, dat de regel onnodig inbreuk maakte op contractsvrijheid en vrije arbeidskeuze, en dat de last onder dwangsom onduidelijk was en onterecht opgelegd.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester binnen zijn beoordelingsruimte bleef en dat de zes-dagen-regel een gerechtvaardigde beperking is ter voorkoming van uitbuiting en mensenhandel. De handhaving was proportioneel en het begrip 'incidenteel' was niet onduidelijk. De exploitant kon zich niet beroepen op het recht op vrije arbeidskeuze van sekswerkers. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de burgemeester bevoegd is de zes-dagen-regel te verbinden aan de exploitatievergunning en dat handhaving daarvan rechtmatig is.