ECLI:NL:RVS:2019:657
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen versterking Markermeerdijken
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland en de minister van Infrastructuur en Waterstaat hebben besluiten genomen voor de versterking van de Markermeerdijken, die niet voldoen aan de huidige veiligheidsnormen. Stichting Zuyderzeedijk en anderen en een individuele verzoeker hebben beroep ingesteld en vroegen om een voorlopige voorziening om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang vanwege de geplande werkzaamheden vanaf juli 2019. De rechter stelt echter dat deze procedure niet geschikt is voor een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het projectplan en uitvoeringsbesluiten, en maakt een belangenafweging tussen de veiligheid van het achterland en de natuur- en cultuurwaarden.
Verweerders hebben aangetoond dat er sprake is van veiligheidstekorten die aangepakt moeten worden en dat uitstel leidt tot hoge maatschappelijke kosten. De werkzaamheden zijn grotendeels omkeerbaar en vinden buitendijks plaats, met minimale aantasting van de dijken zelf. De passende beoordeling toont aan dat de natuurwaarden niet significant worden geschaad.
Gelet op de toezeggingen van de bestuursorganen en de omkeerbaarheid van de werkzaamheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De besluiten treden daarmee in werking.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de besluiten voor de versterking van de Markermeerdijken in werking treden.