ECLI:NL:RVS:2019:663
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en vertrekbevel
De staatssecretaris wees op 3 augustus 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en gaf hem het bevel Nederland onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling, afkomstig uit Bukavu, Zuid-Kivu, DRC, en behorend tot de Banyamulenge, voerde aan dat hij zich niet veilig kon vestigen in Kinshasa vanwege gebrek aan financiële middelen en sociaal netwerk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd door niet in te gaan op de vestigingsvraag. De Raad benadrukte dat het beroep niet ging over de vestigingsvraag, maar over de veiligheid en bescherming in Kinshasa, waarop de staatssecretaris wel had gereageerd.
Verder faalden de bezwaren van de vreemdeling tegen het ontbreken van een vertrektermijn en het niet opheffen van het inreisverbod. De Raad verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en vertrekbevel blijft in stand.