ECLI:NL:RVS:2019:666
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen
Bij besluiten van 28 november 2018 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De vreemdelingen gaven schriftelijke reacties en stelden voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter overwoog dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het verlenen van een vergunning, zodat uitvoering daarvan geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.