ECLI:NL:RVS:2019:670
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
Bij besluit van 20 december 2017 wees de staatssecretaris een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 20 juli 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 19 december 2018 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de staatssecretaris de mvv moet verlenen, waardoor uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook stelde de staatssecretaris geen onevenredige inspanning bij uitvoering. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.