ECLI:NL:RVS:2019:684
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan wegens ontbrekende maximale woningoppervlakte in bouwvlak
De raad van de gemeente Uitgeest stelde op 31 mei 2018 een bestemmingsplan vast voor het perceel [locatie 2], waar drie woningen gerealiseerd zouden worden. [appellant], wonende op het naastgelegen perceel, stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het plan in grote lijnen voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en de beleidsregels van de gemeente.
Wel stelde de Afdeling vast dat in het plan niet was vastgelegd dat de woning in het meest noordwestelijke bouwvlak een maximale oppervlakte van 155 m² mag hebben, terwijl dit volgens de plantoelichting wel de bedoeling was. Dit vormde een schending van de zorgvuldigheidseisen bij besluitvorming. De Afdeling vernietigde het besluit daarom voor zover dit onderdeel betreft.
De Afdeling voegde vervolgens zelf aan de planregels toe dat de woningen een maximale oppervlakte van 155 m² mogen hebben, zodat rechtszekerheid wordt geboden. Verder oordeelde de Afdeling dat de overige bezwaren van appellant, zoals over het aantal woningen, de ruimtelijke inpassing en verkeersveiligheid, niet gegrond zijn. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en volledige vastlegging van bouwregels in bestemmingsplannen en bevestigt de beleidsvrijheid van de gemeente binnen redelijke grenzen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd vanwege het ontbreken van een maximale oppervlakte van 155 m² voor een woning in het meest noordwestelijke bouwvlak, met toevoeging van deze maatregel aan het plan.