ECLI:NL:RVS:2019:698
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik en ongeschiktheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig nadat hij was aangehouden met een ademalcoholgehalte van 815 ug/l. Het CBR legde een onderzoek op naar zijn rijgeschiktheid, waaruit een diagnose van alcoholmisbruik volgde. Appellant betwistte de diagnose en de zorgvuldigheid van het onderzoeksverslag, evenals het feit dat hij niet vooraf het verslag kon inzien en reageren.
De rechtbank oordeelde dat het CBR op goede gronden het rijbewijs ongeldig had verklaard en dat de procedurele tekortkomingen niet tot vernietiging van het besluit leidden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Hoewel het CBR niet zorgvuldig handelde bij het inzagerecht, was appellant in bezwaar en beroep in staat zijn kanttekeningen naar voren te brengen.
De Afdeling gaat niet mee in het betoog dat het onderzoeksverslag onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat het CBR niet op het verslag mocht afgaan. De medische conclusies van de keurend psychiater zijn gebaseerd op deskundigheid en voldoende onderbouwd. Appellant heeft geen tweede onderzoek aangevraagd en heeft geen tegenadvies overgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.