ECLI:NL:RVS:2019:702
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks matigingsverzoek
De zaak betreft een hoger beroep van een softwarebedrijf tegen een boete van €12.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd door de minister gematigd tot €10.000, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het bedrijf stelde dat de boete verder gematigd moest worden vanwege administratieve fouten en herstel van de situatie na controle.
Uit controle bleek dat twee Oekraïense kennismigranten minder loon ontvingen dan wettelijk vereist. Het bedrijf voerde aan dat dit het gevolg was van administratieve fouten en dat de staatssecretaris de boete niet proportioneel had vastgesteld. De staatssecretaris had de boete gematigd vanwege de verantwoording in de administratie, betaling van premies en belastingen, en een verminderde verwijtbaarheid.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht zonder terughoudendheid haar eigen oordeel gaf over de evenredigheid van de boete. De matiging tot €10.000 was passend en verdere matiging niet gerechtvaardigd. De omstandigheden zoals herstel na controle en het ontbreken van bewustheid van de overtreding rechtvaardigen geen extra matiging. De eerdere jurisprudentie waarop het bedrijf zich beriep was niet vergelijkbaar.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €10.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.