ECLI:NL:RVS:2019:708
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onvoldoende belangenafweging woon- en leefklimaat nabij molen en recreatief pad
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep gegrond verklaard tegen het besluit van de raad van de gemeente Appingedam tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herziening regeling windturbines Agrarische gebieden". De Afdeling oordeelde dat het plan onvoldoende inzicht gaf in de gevolgen voor privacy en het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning aan de Groeve WZ 26, met name door het mogelijk maken van een recreatief pad en het gebruik van de Olinger Koloniemolen als museum en expositieruimte.
De raad kreeg de opdracht om binnen 16 weken het gebrek te herstellen door een nadere motivering te geven. In de nadere motivering gaf de raad onder meer aan dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt geschaad, dat het gebruik van de molen beperkt is tot enkele openstellingen per jaar en dat het recreatief pad een beperkt aantal fietsers zal trekken. De Afdeling vond deze motivering redelijk en oordeelde dat het plan geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt.
Desondanks vernietigde de Afdeling het besluit voor zover het de bestemmingen "Water-Waterkering" en "Cultuur en ontspanning" betrof ter plaatse van de percelen aan de Groeve WZ 26 en 28, wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, zodat het bestemmingsplan van kracht blijft. De raad werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is deels vernietigd wegens onvoldoende motivering over privacy en woon- en leefklimaat, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.