ECLI:NL:RVS:2019:750
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van niet-ontvankelijk verklaard beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 9 augustus 2018 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het te laat indienen van de beroepsgronden.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de beroepstermijn volgens de Vreemdelingenwet 2000 vier weken bedraagt en niet kan worden verkort op grond van artikel 8:52 van Pro de Awb. De beroepsgronden waren derhalve tijdig ingediend.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het beroep. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.