ECLI:NL:RVS:2019:759
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omvang normale maatschappelijke risico bij planschade door woningbouw nabij onroerende zaak
De zaak betreft een geschil over een tegemoetkoming in planschade die [appellant sub 2A] heeft geleden door de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan dat woningbouw mogelijk maakt nabij zijn onroerende zaak in Gorssel. Het college kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe, maar na bezwaar en beroep werden verschillende besluiten vernietigd en herroepen.
De rechtbank oordeelde dat de schade niet voorzienbaar was ten tijde van aankoop en stelde het normale maatschappelijke risico vast op 3,5% van de waarde van de onroerende zaak. LVG stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken en voerde onder meer aan dat het risico wel voorzienbaar was en dat de omvang van het normale maatschappelijke risico onderschat was.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het structuurplan een concreet beleidsvoornemen inhield, waardoor het risico op planologische wijziging wel degelijk voorzienbaar was. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte het normale maatschappelijke risico te laag had vastgesteld en dat woningbouw op het terrein als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd. Daarnaast werd geoordeeld dat de planvergelijking geen rekening had gehouden met bepaalde gebruiksmogelijkheden van het terrein, wat tot vernietiging van het besluit van 11 april 2017 leidde.
Uiteindelijk stelde de Afdeling zelf vast dat de waardevermindering geheel onder het normale maatschappelijke risico valt en wees de aanvraag van de tegemoetkoming in planschade af. Tevens werden de proceskosten ten laste van het college opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van tegemoetkoming in planschade wordt afgewezen omdat de waardevermindering geheel onder het normale maatschappelijke risico valt.