ECLI:NL:RVS:2019:760
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluiten over tegemoetkoming in planschade door bestemmingsplanwijziging
Appellant sub 2A is eigenaar van een woning nabij een terrein waar het bestemmingsplan werd gewijzigd, waardoor woningbouw mogelijk werd. Dit leidde tot een waardevermindering van zijn onroerende zaak, waarvoor hij planschadevergoeding vorderde. Het college kende aanvankelijk een hogere tegemoetkoming toe, maar na bezwaar en beroep werden besluiten vernietigd en aangepast.
De rechtbank oordeelde over de planvergelijking, voorzienbaarheid van schade, omvang van het normale maatschappelijke risico en de vraag of de schade anderszins verzekerd was. LVG stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken en betwistte onder meer de voorzienbaarheid en planvergelijking.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het structuurplan een concreet beleidsvoornemen inhield waardoor de schade voorzienbaar was. De rechtbank had ten onrechte geen rekening gehouden met de mogelijkheid van opslag van veevoederbalen in plastic folie tot 5 meter hoogte. De Afdeling vernietigde de besluiten van 2 februari en 11 april 2016 en stelde zelf de tegemoetkoming vast op €2.775,00 plus wettelijke rente. Het hoger beroep van LVG werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. Tevens werden proceskosten aan LVG toegewezen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt eerdere besluiten en stelt de planschadevergoeding vast op €2.775,00 plus wettelijke rente.