ECLI:NL:RVS:2019:791
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor fietsenberging en zwembad ondanks parkeer- en bouwregels
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch verleende op 21 december 2016 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een fietsenberging met overkapping en een zwembad op een perceel in ’s-Hertogenbosch. [Appellant], wonende op een aangrenzend perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende strijd met de parkeerregels en overschrijding van het maximale oppervlak aan bijgebouwen volgens het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen en dat de rechtbank terecht de toelichting bij het bestemmingsplan had betrokken om de parkeerregels uit te leggen. Het verlies van drie parkeerplaatsen door het zwembad was niet in strijd met de planregels, omdat voldoende parkeerplaatsen overbleven voor de toegestane functies.
Verder werd geoordeeld dat het kantoorgebouw op het perceel een hoofdgebouw is en niet tot het erf behoort, zodat de oppervlakte daarvan niet meetelt bij de maximale oppervlakte van aan- en bijgebouwen. De overschrijding van 23 m2 door de fietsenberging annex overkapping was daarom terecht toegestaan. Ook het zicht vanuit de woning van appellant op de fietsenberging werd als beperkt en redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.