ECLI:NL:RVS:2019:805
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag gastouderopvang wegens onvoldoende urenadministratie
Appellante, werkzaam als zzp’er in de zorg en als gastouder, heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor opvang bij kindercentra en gastouderopvang via een gastouderbureau. De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot voor 2016 en wees het bezwaar van appellante deels af, met name voor de gastouderopvang.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet kon aantonen hoeveel uren zij als gastouder en als zzp’er had gewerkt, mede doordat de administratie van de gastouder niet betrouwbaar was en de opgegeven uren niet overeenkwamen met de facturen. Hierdoor had zij geen recht op toeslag voor de gastouderopvang.
In hoger beroep stelde appellante dat de Belastingdienst zich tegensprak door wel toeslag toe te kennen voor kinderopvang in een kindercentrum maar niet voor gastouderopvang. De Raad van State bevestigde dat volgens artikel 1.6a van de Wet kinderopvang een ouder die als gastouder werkt geen toeslag kan krijgen voor gastouderopvang. Appellante kon het aantal uren niet aantonen met objectief bewijs, waardoor de Belastingdienst terecht de toeslag voor gastouderopvang weigerde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderopvangtoeslag voor gastouderopvang wordt bevestigd.