ECLI:NL:RVS:2019:813
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning en last onder dwangsom voor zelfstandige woonstudio
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde een omgevingsvergunning voor het veranderen van een winkel naar een zelfstandige woonstudio op een perceel in Breda en legde een last onder dwangsom op om het strijdige gebruik te beëindigen. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, maar de appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er zonder vergunning bouwactiviteiten hadden plaatsgevonden die het gebruik als zelfstandige woonruimte rechtvaardigden, mede omdat een bouwvergunning uit 1969 al woonvoorzieningen toestond. Tevens stelde de Afdeling vast dat het gebruik van de studio als zelfstandige woning niet in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan en daardoor onder het overgangsrecht viel van het huidige bestemmingsplan "Zandberg".
Daarom was het besluit van het college niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, herroept het oorspronkelijke besluit van 11 januari 2017 en bepaalt dat het college opnieuw moet beslissen op het bezwaar tegen de last onder dwangsom. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit van het college en bepaalt dat het college opnieuw moet beslissen, waarbij het gebruik van de studio onder het overgangsrecht valt.