ECLI:NL:RVS:2019:825
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woningbouw ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 22 december 2016 een omgevingsvergunning eerste fase voor het realiseren van woningen op een perceel in Rotterdam, waarbij het gebruik in strijd was met het geldende bestemmingsplan. Omwonenden, waaronder appellant A en anderen, maakten bezwaar en voerden aan dat het college ten onrechte was afgeweken van de gemeentelijke nota die uitgangspunten bevatte voor de ruimtelijke inpassing.
De rechtbank verklaarde het beroep van de omwonenden ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling overwoog dat het college bevoegd was om met toepassing van artikel 2.12 Wabo af te wijken van het bestemmingsplan mits dit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het college had de belangen afgewogen en voorschriften verbonden aan de vergunning die de omvang en situering van de woningen beperkten.
De Afdeling oordeelde dat de vergunning in overeenstemming was met de gemeentelijke nota, die geen bindende werking heeft, en dat de bouwmassa paste bij het karakter van de locatie. Ook het niet doorgetrokken worden van de kwelsloot vormde geen reden om de vergunning te weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning is bevestigd.