ECLI:NL:RVS:2019:881
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunningen voor opslag autobanden ondanks strijd bestemmingsplan en welstandskritiek
Het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis verleende op 20 december 2016 omgevingsvergunningen voor het realiseren van opstelplaatsen voor 280, 855 en 74 containers voor de opslag van autobanden op drie locaties. Deze vergunningen zijn verleend in afwijking van het bestemmingsplan, waarbij het project in strijd is met de afstandsregels en functieaanduidingen. De vergunningen zijn gebaseerd op de classificatie van het bedrijf als distributiecentrum, vergelijkbaar met categorie 3.1 bedrijven.
De Vereniging Belangenvereniging Den Kouwen Noort stelde dat het bedrijf een transportbedrijf is (categorie 3.2) vanwege verwevenheid met een transportbedrijf, wat tot afwijzing van de vergunningen zou moeten leiden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het bedrijf hoofdzakelijk een distributiebedrijf is, waarbij het marginale aandeel derdenvervoer onvoldoende is om het als transportbedrijf aan te merken.
Verder voerde Den Kouwen Noort aan dat het project niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand, mede omdat de welstandscommissie ten onrechte de bestaande situatie heeft betrokken en het project niet voldoet aan gebiedsgerichte criteria. De Afdeling oordeelde dat het college het welstandsadvies terecht heeft gevolgd, waarbij de bijzondere situatie van de containeropstellingen rechtvaardigt dat ook algemene welstandscriteria zijn toegepast.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 januari 2018. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningen worden bevestigd.