ECLI:NL:RVS:2019:928
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- F.D. van Heijningen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling en terugvordering na faillissement Stichting Welsaen
Stichting Welsaen ontving in 2013 en 2014 diverse subsidies van de gemeente Zaanstad voor verschillende projecten. Na het faillissement van de stichting in juni 2014 stelde het college de verleende subsidies lager vast en vorderde het teveel betaalde bedragen terug. De curator van Stichting Welsaen maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het college onvoldoende rekening hield met het faillissement en de gevolgen daarvan voor de verantwoording.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het faillissement de verantwoordingsplicht niet opheft en dat het college de kortingen op basis van het belang van de ontbrekende stukken en de evenredigheid mocht toepassen. De curator ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat het college medeverantwoordelijk was voor de vertraging en onvolledigheid van de verantwoording en dat de kortingen onevenredig waren.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het college heeft een discretionaire bevoegdheid om subsidies lager vast te stellen bij niet-naleving van verplichtingen, mits het evenredigheidsbeginsel wordt gerespecteerd. De Afdeling oordeelt dat het college niet medeverantwoordelijk is voor de vertraging en dat de gehanteerde kortingspercentages niet onredelijk zijn. Ook het faillissement ontslaat de subsidieontvanger niet van de verantwoordingsplicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De lagere vaststelling van subsidies en terugvordering van teveel betaalde bedragen aan Stichting Welsaen worden bevestigd.