ECLI:NL:RVS:2019:931
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning dakopbouw te Hilversum
Appellant vroeg op 8 oktober 2015 een omgevingsvergunning aan voor een dakopbouw op zijn woning te Hilversum. Het college verleende aanvankelijk de vergunning, maar trok deze later in na bezwaar van meerdere belanghebbenden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bestemmingsplan 'Beschermde gezichten' een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid biedt die het college ten onrechte niet heeft toegepast. Het bestemmingsplan 'Kamerlingh Onnesweg' geldt ook, maar biedt geen afwijkingsmogelijkheid en zou niet leidend moeten zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat beide bestemmingsplannen naast elkaar gelden en dat de afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan 'Beschermde gezichten' wel van toepassing is. De rechtbank had dit onvoldoende gemotiveerd en het college had ten onrechte de vergunning geweigerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd, en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.