ECLI:NL:RVS:2019:941
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging last onder dwangsom wegens strijd met bestemmingsplan tuincentrum
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen legde op 17 november 2016 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een tuincentrum, gericht op het beëindigen van verkoopactiviteiten op de Fryske sneupersmerke in bepaalde delen van het pand, omdat deze in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan. Het tuincentrum maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en de last herroepen.
Het college ging in hoger beroep, stellende dat het tuincentrum niet-ontvankelijk was omdat de last aan de eigenaar was opgelegd en dat de last niet te verstrekkend was omdat deze alleen op bepaalde delen van het pand zag. De Raad van State oordeelde dat het tuincentrum als eigenaar een rechtstreeks belang had en dus belanghebbende was. Tevens bevestigde de Raad dat de last te ruim was geformuleerd, omdat ook verkoopactiviteiten die binnen het bestemmingsplan zouden passen, door de formulering onmogelijk werden gemaakt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van de proceskosten aan het tuincentrum en legde zij een griffierecht op aan het college.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.