ECLI:NL:RVS:2019:946
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toestemming aanleg uitweg ondanks verkeersveiligheidsbedenking
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal verleende op 26 oktober 2016 toestemming voor de aanleg van een uitweg vanaf perceel A4909 naar de Burgemeester Schoonheijtstraat. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de uitweg de verkeersveiligheid zou schaden, met name vanwege het fietsverkeer van scholieren op deze straat.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de verkeersveiligheid betrof, waarna het college een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. Het daarop volgende beroep werd door de rechtbank afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep zich uitsluitend richt op de verkeersveiligheid en dat eerdere gronden buiten beschouwing blijven. De Raad stelt vast dat het college zijn standpunt voldoende heeft gemotiveerd met een memo van een verkeersadviseur, waarin werd gesteld dat de Burgemeester Schoonheijtstraat een erfontsluitingsweg is met een maximumsnelheid van 30 km/u, waar fietsers en auto's veilig kunnen mengen.
Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de uitweg het verkeer in gevaar brengt. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.