ECLI:NL:RVS:2019:98
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.A.C. Slump
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig nemen besluit over referendabiliteit Intrekkingswet Wet raadgevend referendum
Meer Democratie heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister over de vraag of over de Wet tot intrekking van de Wet raadgevend referendum (Intrekkingswet) een referendum kan worden gehouden. De minister stelde zich op het standpunt dat de Wet raadgevend referendum (Wrr) was ingetrokken en dat zij daarom niet bevoegd was om een dergelijk besluit te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief van de minister van 6 augustus 2018, waarin zij aangaf geen besluit te kunnen nemen omdat de Wrr was ingetrokken, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moest worden aangemerkt. De Afdeling stelde zich bevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen dit besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd echter niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een afzonderlijk procesbelang.
Verder oordeelde de Afdeling dat de Intrekkingswet als latere bijzondere wet de Wrr kon intrekken zonder de inwerkingtredingsprocedure van de Wrr te volgen. De bewering van Meer Democratie dat de intrekking in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat de afschaffing van het raadgevend referendum geen inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting zoals beschermd in artikel 10 EVRM Pro.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen de schriftelijke weigering een besluit te nemen ongegrond, waardoor de minister niet alsnog hoefde te besluiten over de referendabiliteit van de Intrekkingswet. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de schriftelijke weigering wordt ongegrond verklaard.