ECLI:NL:RVS:2019:987
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over medische zorg en uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris wees het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting te voorkomen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang heeft tot noodzakelijke medische zorg in Egypte. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het hoger beroep aan het arrest Paposhvili van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de eigen jurisprudentie. Uit deze jurisprudentie volgt dat de vreemdeling moet aantonen dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro door het ontbreken van adequate medische zorg in het land van herkomst, en dat hij de kosten en toegankelijkheid van die zorg aannemelijk moet maken.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd over de daadwerkelijke kosten van de behandeling en zijn financiële situatie, waardoor niet is komen vast te staan dat hij feitelijk geen toegang heeft tot de noodzakelijke zorg. De grief van de staatssecretaris was daarom gegrond, maar de Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank omdat de staatssecretaris geen grief had gericht tegen andere overwegingen die de uitspraak konden dragen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bevestigd en het beroep tegen een nieuw besluit van de staatssecretaris verwezen naar de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.