Uitspraak
Datum uitspraak: 29 maart 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een minderjarige vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, stellende dat zij aannemelijk had gemaakt dat zij in Brazilië geen toegang zou hebben tot noodzakelijke medische zorg, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde en dat de vreemdeling niet voldeed aan haar bewijslast. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de brieven van de behandelend arts onvoldoende bewijs bevatten dat de vreemdeling feitelijk geen toegang heeft tot noodzakelijke medische zorg in Brazilië, noch dat de kosten daarvan onbetaalbaar zijn.
Op basis van het arrest Paposhvili van het EHRM werd benadrukt dat de drempel voor een beroep op artikel 3 EVRM Pro hoog is en dat de vreemdeling aannemelijk moet maken dat er een reëel risico bestaat op ernstige gezondheidsachteruitgang door gebrek aan toegang tot passende behandeling.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd het besluit van de staatssecretaris van 18 oktober 2018 vernietigd, waarmee het uitstel van vertrek werd ingetrokken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot uitstel van vertrek wordt vernietigd.