ECLI:NL:RVS:2020:1078
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor appartementen op bedrijventerrein in strijd met bestemmingsplan
Appellanten, eigenaren van een bedrijfspand in Eindhoven, hebben de showroom en kantoorruimte op de begane grond verbouwd tot twee appartementen voor niet-werknemers en vroegen een omgevingsvergunning om deze te legaliseren. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning omdat het gebruik van de appartementen in strijd is met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" volgens het bestemmingsplan "Woensel buiten de Ring II 2006".
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het college heeft terecht geoordeeld dat het bedrijventerrein een gesloten eenheid vormt waar bedrijvigheid de hoofdfunctie is, en dat het toevoegen van woonfuncties de bedrijfsvoering kan beperken. Het college heeft ook gemotiveerd waarom wonen op de begane grond minder passend is dan op de verdieping.
Appellanten voerden aan dat het geluidsniveau van toegestane bedrijven het woonklimaat niet schaadt en dat er al woningen op het terrein zijn, maar de Raad van State oordeelt dat het college voldoende reden heeft om de vergunning te weigeren en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van de appartementen op de begane grond anders is dan die van dienstwoningen op de verdieping.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor de appartementen op het bedrijventerrein.