ECLI:NL:RVS:2020:1105
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten zorgtoeslag wegens partnerschap en gezamenlijk toetsingsinkomen
Appellanten ontvingen in 2018 voorschotten zorgtoeslag die later door de Belastingdienst/Toeslagen zijn herzien en vastgesteld op nihil, omdat zij als toeslagpartners werden aangemerkt en hun gezamenlijke toetsingsinkomen te hoog was.
De rechtbank oordeelde dat appellanten terecht als toeslagpartners werden beschouwd, mede omdat zij gedurende heel 2018 op hetzelfde adres stonden ingeschreven in de Basisregistratie Personen en op 10 augustus 2018 zijn getrouwd. Appellanten voerden aan dat zij in de periode vóór het huwelijk geen gezamenlijke huishouding hadden en dat een huurovereenkomst en bankafschriften dat ondersteunen.
De Raad van State overweegt dat op grond van artikel 5a, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen het partnerschap ook terugwerkende kracht krijgt voor de periode dat zij op hetzelfde adres stonden ingeschreven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezeggingen of uitlatingen van de Belastingdienst zijn aangetoond die dit zouden rechtvaardigen.
Gelet hierop is de herziening van de voorschotten en de vaststelling op nihil terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, voorschotten zorgtoeslag terecht herzien en vastgesteld op nihil wegens partnerschap en gezamenlijk toetsingsinkomen.