ECLI:NL:RVS:2020:111
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H. Troostwijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking omgevingsvergunning voor appartementenbouw in Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 9 februari 2017 een omgevingsvergunning voor het realiseren van drie appartementen op een locatie in Groningen. Na bezwaar van de Bewonersorganisatie Binnenstad Oost werd deze vergunning op 1 maart 2018 ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant tegen deze intrekking ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college het bouwplan ten onrechte heeft getoetst aan het bestemmingsplan "Woningsplitsing" in plaats van aan het toepasselijke bestemmingsplan "Binnenstad-Oost 2012" en het daarop volgende "Herziening bestemmingsregels wonen". Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering in het besluit tot intrekking, wat vernietiging rechtvaardigt.
Desondanks laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat het bouwplan strijdig is met het geldende bestemmingsplan "Herziening bestemmingsregels wonen" en het college het strenger woonbeleid terecht heeft toegepast. De Bewonersorganisatie wordt terecht als belanghebbende erkend vanwege haar statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het intrekkingsbesluit alsnog gegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het intrekkingsbesluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand, waardoor de appartementen niet mogen worden gebouwd.