ECLI:NL:RVS:2020:1136
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen vereenvoudigde behandeling hoger beroep inzake handhavingsverzoek gemeente Almelo
De zaak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 20 september 2019, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel werd afgewezen na vereenvoudigde behandeling. Opposant betoogde dat het college zijn handhavingsverzoek al op 17 augustus 2018 in behandeling had moeten nemen, waardoor de beslistermijn eerder zou zijn geëindigd en zijn beroep niet prematuur was.
De Afdeling oordeelde dat er slechts één verzoek was, dat op verschillende manieren was verzonden, en dat het college terecht uitging van de schriftelijke indiening op 20 augustus 2018. Het college had de indiener wel moeten informeren over de beslistermijn, maar dit nalaten leidde niet tot een andere beslistermijn. Verder faalde het betoog dat de elektronische indieningsweg openstond voor handhavingsverzoeken, ondanks vermelding van een e-mailadres op reclamezuilen.
Opposant stelde ook dat de handelwijze van het college de toegang tot de rechter belemmert in strijd met het Aarhus-verdrag, maar de Afdeling vond dat het college het verzoek in behandeling had genomen en dat er geen aanleiding was voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Het verzet bood geen grond voor twijfel aan de eerdere uitspraak en werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de vereenvoudigde behandeling van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.