ECLI:NL:RVS:2020:1146
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning pluimveehouderij wegens onjuiste geurbelastingberekening
Het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl verleende op 14 februari 2017 een omgevingsvergunning aan een pluimveehouderij voor het wijzigen van de huisvestingssystemen in drie stallen met in totaal 119.500 vleeskuikens. Omwonenden, waaronder appellant A, B en C, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege vrees voor geuroverlast. De rechtbank verklaarde hun beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de juiste bepaling van het emissiepunt en de uittreesnelheid bij de V-stacksberekening van de geurbelasting. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte de uitmonding van de ventilatoren als emissiepunt had genomen, terwijl volgens de wettelijke regeling en de gebruikershandleiding V-stacks de bovenkant van de omkasting als emissiepunt moet worden beschouwd. Dit hogere emissiepunt leidt tot een andere geurverspreiding en mogelijk een lagere uittreesnelheid.
Omdat het college op basis van een onjuist emissiepunt de geurbelasting berekende, was niet zeker of aan de geurnormen werd voldaan. Hierdoor was de vergunning onzorgvuldig verleend. De Afdeling vernietigde het besluit en bepaalde dat het college een nieuwe berekening moet maken en een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd vanwege een onjuiste geurbelastingberekening.