ECLI:NL:RVS:2020:1165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verplaatsing bushalte ondanks hinder door luchtverontreiniging
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard om de bushalte aan de Sportlaan in Oud-Beijerland te verplaatsen vanwege geluidshinder, stank en roetuitstoot nabij zijn woning. Het college wees dit verzoek in 2016 af en handhaafde dit besluit na bezwaar in 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond in juni 2019.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) ontoereikend was, met name omdat het gebaseerd was op modelberekeningen en niet op metingen, en dat de uitstoot bij het optrekken van bussen niet adequaat was meegenomen. Het college had een second opinion van de DCMR Milieudienst Rijnmond ingewonnen die het OZHZ-onderzoek bevestigde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen, omdat het onderzoek zorgvuldig en volgens de geldende Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 was uitgevoerd. De uitstoot bij stilstaand en optrekkend busverkeer was meegenomen in de berekeningen. De Afdeling vond dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen en dat de nadelige gevolgen voor appellant niet onevenredig waren ten opzichte van de verkeerskundige overwegingen en minimale milieuwinst.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot verplaatsing van de bushalte wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.